Henk’s column: Niet meedoen is soms pijnlijker dan verliezen

“Neem het allemaal niet zo serieus joh, voor wie doe je het nou?” Zomaar een appje dat mijn vriendin stuurde vlak na de wedstrijd vorige week zondag. Ik had haar net verteld dat ik ondanks de naweeën van een hersenschudding, een liesblessure en hielklachten negentig minuten bij het tweede had meegespeeld. Dit naar eigen zeggen omdat ze te weinig man hadden.

Dat laatste was niet helemaal waar, maar ja, je moet wat als liefhebber. Na negentig minuten stond de teller voor mij persoonlijk op 827,4 meter arbeid. Meer kon niet, iedere meter buiten de middencirkel voelde als een kilometer. Nu ben ik absoluut geen kunstenaar in de kleine ruimte, maar in het tweede elftal is de middencirkel net groot genoeg om met zelfs mijn beperkte handelingssnelheid een rol van betekenis te kunnen spelen. Voor iemand die zo dol is op voetballen blijft het toch onvoorstelbaar dat ik er niet wat beter in ben geworden in de afgelopen 24 jaar. Toch was het echt genieten om na zes lange weken weer even op het gras te mogen staan.

De afgelopen weken hebben mijn medespelers in mijn afwezigheid de eerste 4 puntjes bij mogen schrijven. Iets dat natuurlijk heeft geleid tot de nodige scherp aangesneden opmerkingen van mijn teamgenoten: “Henk, je weet toch wel dat alle punten die wij nu hebben zijn behaald zonder jou?” Er werd hard om gelachen, ook door mij. Ik kon mijzelf er ternauwernood van weerhouden te counteren dat wanneer zijn passing half zo scherp zou zijn als zijn mond we nog veel meer punten zouden hebben.

Ik ben er sowieso niet voor gemaakt, geblesseerd toekijken. Aangezien ik er weinig ervaring mee heb besloot ik te doen wat ik medespelers wel eens heb zien doen wanneer ze langer dan een week geblesseerd waren. Alles om wel een beetje betrokken te blijven. Man man man, wat een zelfkastijding.

Ik kan u verklappen dat ik vrijwel niets van de zondag dat voor 14:00 uur (aftrap) gebeurt leuk vind. Praatje van de trainer – een noodzakelijk kwaad – daargelaten, daar kan ik nog weleens om lachen. Ook het bakkie koffie en het broodje met mijn teamgenoten vind ik nog wel leuk. Het eeuwige wachten vind ik een stuk minder grappig.

De warming up vind ik het allerergst. In een slecht geformeerde rij heen-en-weer banjeren met zo nu en dan een oefening tussendoor. Het heen-en-weer gebanjer sluiten we af met twee sprints op half gas. Daarna gaan we passen en trappen. Heerlijk de bal met mach 3 over vijftig meter naar elkaar toe hengsten. Gelukkig zit er tussen het banjeren en het hengsten wat tijd om te rekken, zodat je niet bij de eerste de beste vuurpijl je hamstring over de boarding ziet vliegen.

Afsluiten doen we met een quasi-fel positiespel waarin twaalf man in een – voor onze techniek te – kleine ruimte vooral heel hard probeert elkaar niet te blesseren. Iets dat best lastig is als je heel erg je best doet om het er verzorgd, fel en bevlogen uit te laten zien. Dit natuurlijk opdat je niet in de rust bij een 0-1 achterstand een “Ik zag het in de warming up al” van de trainer om je oren krijgt.

Na de warming up nog even naar binnen en wachten. Wachten. En maar wachten tot de scheids eindelijk de spelers komt halen. Het veld op – tegenwoordig zelfs in Champions League-rijtjes – met 35 man (ja de wissels ook). Die opkomst is ook iets wanstaltigs dat ik maar even voor een ander moment bewaar. De pasjescontrole is een bureaucratische happening die wat mij betreft altijd in de kleedkamer plaats zou moeten vinden. Dan eindelijk na al het wachten een tergend langzaam rollend fluitje. We zijn los!

Tenminste dat is als je meedoet. Nu ik niet meedoe kan ik niet wachten tot ik weer mee mag doen aan die vreselijke warming up, eindelijk weer in de rij mag staan voor die irritante pascontrole en ik weer dat eerste tergend langzame fluitje hoor. Ik zet mijn zinnen op Waterloo thuis volgende week, maar wie weet mag ik aanstaande zondag alweer lekker banjeren, hengsten en wachten. Ik denk dat ik zelfs de scheidsrechter een dikke knuffel geef voor de wedstrijd. Je bent een liefhebber of je bent het niet!

Tot de volgende!

Henk

Wil je reageren op deze column? Doe dat dan vooral en contact ons via redactie@voetbalinhaarlem.nl.Henk Hageman - Voetbal in Haarlem

HENK HAGEMAN, 1988. Werkzaam als teammanager bij een IT-bedrijf in Haarlem. Gevoetbald bij Velsen, SVIJ, Waterloo en de laatste 4 seizoenen bij s.v. Terrasvogels in Santpoort-Zuid. Woont in IJmuiden met zijn vriendin Jeanine en zoontje Raeza. Een echte voetbalgek, zowel passief als actief altijd bezig met (amateur)voetbal.