Zondag 1 juni 2025. Samen met Haarlems Dagblad- en IJmuider Courant-journalisten Theo Brinkman en Monique Janse rij ik naar Tilburg. Onderweg zijn we het eens met elkaar. Het wordt een lastig verhaal, maar Telstar is niet kansloos. Zeker gezien het veldspel in het thuisduel waarin Willem II ternauwernood ontsnapte aan een grote nederlaag. We zijn ruim op tijd vertrokken, dus nog even tijd voor een drankje in Goirle. “Succes,” voegt de uitbater, een Willem II-fan, ons nog gastvrij en vriendelijk toe als we het café verlaten.
Op het plein voor het stadion is het een drukte van belang. Veel fans gehuld in dat prachtige tricolores shirt hebben dorst. Logisch, want het is prachtig weer en eredivisiebehoud lonkt. In het perscentrum wat bekende gezichten. Vrijwilligers op leeftijd die nadrukkelijk uitstralen dat ze angstig zijn. “Meneer, we spelen zo belabberd recentelijk, ik moet het nog zien,” sombert een van hen.
Een half uur voor aanvang nemen we ons plekje in en ik raak aan de praat met twee oudere supporters vlak voor mij, bij wie de spanning ook al van de gezichten is af te lezen. “Jullie hebben een grote kans hoor, want wij spelen dramatisch,” aldus een van hen met een onmiskenbaar treurig voorgevoel.
“Weer een minuut”
De wedstrijd? Telstar speelt vanaf acquit de gastheer op een hoop, komt snel op 0-2 en krijgt riante kansen op 0-3 en 0-4. Willem II komt er iets beter in, scoort door een van richting veranderd schot en heeft daarna heel even het momentum. Daarna ebt het offensief weg en haalt Telstar op gemak de rust.
Als op het uur Mees Kaandorp 1-3 aantekent is de strijd gestreden. “Dit is werkweigering,” schreeuwt boos een van de twee mannen met wie ik vooraf nog sprak. Zeker tien maal herhalen de persvoorlichter van Telstar, Tessa Daems, een rij boven mij gepositioneerd, en ik hetzelfde refrein het laatste kwartier. “Wéér een minuut” als de spitsen van Willem II weer eens hoog over knallen of gehaast naast vuren.
“We are going up”
Na het laatste fluitsignaal moeten de achter plexiglas opgehokte Telstar-supporters vanwege hun veiligheid een half uur geduld hebben voordat de spelers opdraven. “We are going up, we are going up,” zingen ze uit volle borst. De spelers zwaaien een voor een naar hen met het loodzware promotieschild.
In de mixed zone heerst een euforische stemming. Ik word verzocht foto’s te maken van diverse Telstar-medewerkers met het promotieschild in hun hand en ook ik laat deze unieke kans niet voorbij gaan. Dat mag ook wel vind ik na een droogte van 47 jaar.
Mitch Apau, die nacht vader geworden, Anthony Correia en Mees Kaandorp worden voor de ESPN-camera’s gesleept en doen hun verhaal. Als ik samen met voormalig teamgenoot en Volkskrant-journalist Willem Vissers het stadion verlaat een apart moment. “Zo’n kleine club met zo’n klein armetierig stadion kan toch niet de eredivisie in?” poneert een teleurgestelde Willem II-fan. “Stadions promoveren niet en Telstar was vandaag gewoon beter,” dient Vissers de man snedig van repliek. Onderweg heeft hij zowel Leo Driessen als Pieter de Waard aan de lijn. Die hebben nauwelijks tekst, wellicht omdat het besef bij hen nog moet indalen van het ongekende huzarenstukje.
“We are staying up”
De fans, de spelers, de beleidsbepalers euforisch, binnen drie maanden het stadion eredivisiewaardig gemaakt, ruim 3500 seizoenkaarten over de toonbank, de merchandise niet aan te slepen en halverwege de rit ook nog eens op een veilige 15e plek . Wat zou het fantastisch zijn als het eind van het seizoen de supporters uit volle borst dezelfde melodie met een ietwat aangepaste tekst ten gehore zouden kunnen brengen: “We are staying up, we are staying up!”
Een gezond en voorspoedig 2026 toegewenst!
Hans Akkerman
