Ome Bertus was een trainer van de oude stempel. Hij was wars van alle moderne technieken, het periodiseren en het analyseren van tegenstanders. Zijn motto was: wij voetballen hoe wij voetballen en we voetballen allemaal. Ome Bertus stond altijd in zijn oude leren jas met sjaal langs de lijn. Niks geen dug out. “Dat hadden we vroeger ook niet,” zei hij altijd.
In weer en wind. Zomers op zijn nette zwarte schoenen en ’s winters in zijn rubberen laarzen. De broek in de laars gepropt. Een mooie man die ome Bertus. Iedereen kwam aan bod. Niemand uitgezonderd. De goede spelers en de minder goede spelers. Samen met de ander trainer van de jeugd, meneer Van Collumsgaate, verzorgde hij de training van de gehele jeugd. Meneer Van Collumsgaate altijd in een keurig trainingspak en ome Bertus in een combinatie van een oud colbertje met een oude trainingsbroek en op voetbalschoenen van voor de oorlog.
Beide trainers waren van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat op de club te vinden. De club was ome Bertus met de paplepel ingegoten. Zijn vader en oom waren mede grondleggers van de voetbalclub. Ome Bertus ademde de club. Meneer Van Collumsgaate was aan komen waaien in het dorp en had diverse grote clubs in de stad getraind. Meneer van Collumsgaate was dan ook een hele meneer bij dorpsbewoners. Wanneer meneer Van Collumsgaate over voetbal sprak, hielden de toehoorders de mond.
Met de trainer Van Collumsgaate kwam er ook een kentering in de club. Er moest ‘gepresteerd’ worden volgens sommige leden. Met Van Collumsgaate kon de club naar een hoger niveau. Het gezellig tegen andere dorpsclubs en dus tegen vrienden van elkaar spelen, hoefde niet van de trainer. Ome Bertus zag het met lede ogen aan. Toch was het geen onaardige man die Van Collumsgaate. Ook was hij oprecht geïnteresseerd in de speler en zijn thuissituatie. Maar toch…
In het nieuwe voetbalseizoen na de grote vakantie stond op het mededelingenbord in de kantine de nieuwe teamindelingen. Een commissie van wijze mannen was in de vakantie bijeengekomen om de teams samen te stellen en een selectie toe te passen. Ome Bertus werd hierbij overgeslagen. De onrust die gelijk na de vakantie de kop op stak, had ome Bertus aan zien komen. Vriendjes voor het leven waren nu elkaars concurrent. Broertjes die normaal in hetzelfde team zaten omdat dat makkelijk was voor de ouders, werden nu in aparte teams geplaatst. En alles onder de noemer van ‘we willen hogerop’. Dat ouders met een logistiek probleem werden opgezadeld, was voor de selectiecommissie van ondergeschikt belang.
Toch was er ook een lichtpuntje. De club ging beter presteren en na de ergste storm van onrust, kwam de club weer in rustiger vaarwater. De gewezen vriendjes speelden weer met elkaar en zelfs de ouders losten de problemen met het vervoer op. De voetballertjes die elk op het niveau spelen waar ze horen te spelen hadden weer plezier. Alleen ome Bertus bleef een beetje in mineur. Dat hij was overgeslagen bleef hem dwars zitten. Ome Bertus bleef de club trouw, want ome Bertus was vergroeid met de club. Ome Bertus stond nog steeds in weer en wind, bij regen en zonneschijn langs de door Harke Poggenklaar getrokken krijtlijn zijn jongens aan te moedigen. Maar toch….
Ome Bertus is gestopt met trainen. Zijn colbertje hangt in de kast en zijn voetbalschoenen met stalen noppen staan er gepoetst onder. Meneer Van Collumsgaate is vertrokken naar een andere club. “Een club met meer mogelijkheden,” zei hij bij zijn vertrek. De elftallen worden nu door jonge dynamische mannen getraind en alles volgens het model van de bond. De aanwijzingen vliegen over het trainingsveld. Er wordt geknepen en gedubbeld. Er wordt gekanteld en hoog op gevoetbald en er wordt serieus gekeken door alle spelertjes en ze zijn verschrikkelijk boos bij een tegendoelpunt. Wanneer Ome Bertus op de club was en langs de lijn stond keek hij er naar en schudde zijn verweerde hoofd. Hoe anders was dat nog niet zo lang geleden, dat er werd gelachen en geklapt voor een mooi doelpunt, zelfs voor de tegenstander.
“Ach, als ze maar voetballen,” mompelde ome Bertus.
Paul Cramer
Wil je reageren op deze column? Doe dat dan vooral en contact ons via redactie@voetbalinhaarlem.nl

PAUL CRAMER, 1966 (Santpoort). Werkzaam als elektrotechnisch inspecteur bij Croonwolterendros. Gevoetbald bij sv CTO ’70 te Duivendrecht, APGS in Amsterdam en in de woensdag 3 van SVIJ. Gehuwd en vader van drie kinderen. Nu keeperstrainer bij VVH Velserbroek en jeugdvoorzitter bij vv CTO ’70.
