Paul’s column: Een sneeuwstorm raasde over Noord-Holland

Het was de eerste echte decemberstorm en niemand waagde zich buiten. Thuis snorde de kachel en menigeen zat aan de warme chocomel. Zelfs de ijsbaan was leeg. De lampjes dansten in de wind en de sneeuwvlokken dwarrelde wild rondom de lichtjes. Het gaf een sprookjesachtig beeld.

Een eenzame wandelaar liet nog even zijn hond uit. De kraag hoog op en de hoed diep over het gelaat, want het was ijzig koud. Ook de plaatselijke politieagent liep zijn ronde. Sneeuw knisperde onder de grote stappen. “Het is stil op kerstavond,” murmelde hij in zichzelf. Waakzaam keek hij om zich heen. Ook in deze sneeuwstorm waagde de baldadige jeugd zich niet buiten. In de verte blafte een hond. Terwijl de diender verder liep, kwam er uit de sneeuwstorm een silhouet aangelopen. Een hond liep naast hem. De agent zag dat het een jongen was, hield de jongen aan en vroeg hem waarom hij in dit barre weer buiten was. De jongen antwoordde dat hij geen thuis had en nu naar zijn tante ging. De agent nam de bijna bevroren jongen en zijn hond mee naar het kleine maar behaaglijke bureau en gaf de jongen een kop hete thee. De hond kreeg het koekje.

Meewarig keek de agent de jongen aan. “Waar woont je tante?” De jongen antwoordde: “Ik moet nog een kleine twee dagen lopen en dan ben ik er. Ze weet dat ik er aan kom.” De agent kon het niet over zijn hart verkrijgen om de jongen weer de storm in te sturen en liet de jongen de nacht doorbrengen op het bureau. Omdat het de volgende dagen bleef stormen en de wegen niet begaanbaar waren, deed de agent een beroep op de naastenliefde van het dorp. Hij vond menig gesloten deur. Alleen de voorzitter van de plaatselijke voetbalclub deed gastvrij de deur open voor de eenzame jongen. “Waar er zes eten, kan de zevende ook aanschuiven,” was zijn reden. De jongen en de hond werden in het grote gezin warm onthaald en bleef tot na de storm bij het voorzitters-gezin.

Met de sneeuw kwam de kou uit het noordoosten. De poolwind zorgde er met de sneeuw voor dat treinen niet konden rijden en dat het hele openbare leven stil lag. De jongen en zijn hond wilden weer op pad. Hij vond dat hij te lang had geprofiteerd van de goedheid van de voorzitter en zijn gezin. Ondanks de smeekbedes van de voorzitter, ging de jongen toch op weg. Onderweg werd het weer steeds maar slechter en overal waar de jongen aanbelde, werd de deur niet opengedaan.

Toen de voorzitter op een zonnige maar koude nieuwjaarsdag bij de club kwam om de altijd gezellige nieuwjaarsreceptie voor te bereiden, zag hij in de dug-out op het hoofdveld een grote sneeuwhoop liggen. Toen hij dichter bij kwam, zag hij de dat de sneeuwhoop de vorm van een mens en dier had. De jongen en zijn hond waren gaan schuilen voor de storm en de kou had hen overvallen. De jongen had zijn armen om de hond heen geslagen en beiden waren aan het eind van hun latijn. De voorzitter heeft de jongen en zijn hond snel in de kantine gebracht en heeft de jongen en zijn hond liefdevol in het gezin opgenomen.

Allen hele fijne feestdagen. Geniet met je dierbaren en een gezond en voorspoedig 2018.

Paul Cramer

Wil je reageren op deze column? Doe dat dan vooral en contact ons via redactie@voetbalinhaarlem.nl

PAUL CRAMER, 1966 (Santpoort). Werkzaam als elektrotechnisch inspecteur bij Croonwolterendros. Gevoetbald bij sv CTO ’70 te Duivendrecht, APGS in Amsterdam en in de woensdag 3 van SVIJ. Gehuwd en vader van drie kinderen. Nu keeperstrainer bij VVH Velserbroek en jeugdvoorzitter bij vv CTO ’70.