“Haarlem is een stad van de elite, daar past voetbal blijkbaar niet bij”

Haarlem. De hoofdstad van Noord-Holland. Een stad met 161.000 inwoners. Een stad met een roemrijke sportieve geschiedenis, maar ook een stad zonder voetbalclub. Sportliefhebbers in Haarlem voelen dit gemis tot op de dag van vandaag. Voetbalclub HFC Haarlem zorgde jarenlang voor lachende gezichten op de vrijdagavond, tot het faillissement in 2010. Een faillissement waar de gemeente een grote rol bij heeft gespeeld.. 

HFC Haarlem werd opgericht op 1 oktober 1889. De club kende haar hoogtijdagen in de jaren ’40, met een landelijk kampioenschap in 1946, iets wat nooit meer werd geëvenaard. Haarlem speelde jarenlang op het hoogste niveau en is zelfs een tijdje actief geweest in Europa. In 1990 degradeerde de club naar de Jupiler League en hierna is het nooit meer gelukt om te promoveren. HFC Haarlem veranderde van een club met status en duizenden supporters naar een club die moest strijden voor een middenmoot plek in de Jupiler League, waarbij je blij moest zijn als er eens over de 1500 supporters aanwezig waren.

Volgens  schrijver van het boek ‘De opkomst en de ondergang van de Rood-blauwe Leeuwen’ Jan Jaap van den Berg was dit opzicht geen probleem. “Haarlem was een kleine club. Een club met een kleine supportersgroep, maar wel met een hechte vaste kern. Er werden geen hoge salarissen betaald en er werd vooral aandacht besteed aan de jeugd en leenspelers van clubs als Ajax en AZ. Hierdoor hoefde de club ook niet per se groter, Haarlem kon het jaarlijks prima redden door de sponsoren en haar kleine uitgaven.”

De oude vervallen hoofdtribune van HFC Haarlem

Toch ging het mis. In november 2009 maakte de club met een persverklaring van de ledenraad bekend, dat zij per 1 december failliet dreigde te gaan, tenzij men binnen enkele weken een bedrag van drie à zes ton bij elkaar kon rapen. Dit tekort is niet zomaar tot stand gekomen en dat heeft volgens Van den Berg een duidelijke oorzaak. “Eigenlijk begon het probleem al vanaf de jaren tachtig. Haarlem was een club in de Eredivisie, speelde wekelijks goed voetbal en was voor veel mensen een vast uitje. Toch bestond er binnen de gemeente geen affiniteit met de voetbalclub. Er werd nauwelijks gefinancierd en van een samenwerking tussen club en gemeente was al helemaal geen sprake. De gemeente Haarlem heeft nooit iets gevoeld voor een topclub in de stad. Dit alles werd duidelijk toen Haarlem twee jaar voor het faillissement grote plannen had voor een nieuw stadion. Dit zou de club kunnen veranderen. Een nieuwe mooie accommodatie zou zorgen voor meer sponsoren en een positiever beeld rondom de club. De plannen waren al rond en het bestuur van de club had zelfs al meerdere sponsoren gevonden die Haarlem wilde gaan steunen na de bouw van het nieuwe stadion.”

“Een paar weken voor het begin van de bouw kwam het bouwbedrijf in opspraak. Hierdoor trok dit bedrijf zich terug en de gemeente wilde niet garant staan. De gemeente heeft niet willen bijspringen tijdens deze onverwachte situatie en wilde zowel financieel als organisatorisch niet helpen. Door deze onzekerheid trokken sponsoren zich terug, werden financiële vereisten niet gehaald en ging alles niet door. Het enige wat de gemeente had moeten doen was praten met grote projectleiders of zelf de helpende hand moeten uitsteken, maar dit deden zij niet…”

Het clubhuis van Haarlem-Kennemerland

Het jaar dat de plannen voor een nieuw stadion definitief werden, ging het sportief gezien ook erg goed met HFC Haarlem. In 2006 eindigde de club zesde in de Jupiler League en pakte het zelfs een periodetitel. Na dat jaar besloot het bestuur een omslag te maken en duurdere spelers aan te nemen. Het doel was om deze prestaties vast te houden en om in de toekomst vaker mee te doen om de bovenste plekken. Dit in combinatie met de plannen voor het nieuwe stadion zorgde voor het aantrekken van meerdere sponsoren. Toen twee jaar later echter bleek dat zowel de resultaten tegenvielen en het stadion definitief geen realiteit werd trokken vele sponsoren zich weer terug. De club had nog wel de duurdere spelers in dienst en dus kwam zij langzaam in geldnood. Het bestuur van de club kwam pas veel te laat met een noodkreet aan de supporters.

In november 2009 werd duidelijk dat er binnen een maand vier ton moest worden binnen gehaald, iets wat onmogelijk bleek. “Veel voetbalclubs hebben het af en toe moeilijk. Bijna elke gemeente stelt dan geld beschikbaar om ‘de plaatselijke trots’ een handje te helpen. Haarlem had inderdaad financiële problemen, maar dit was een tijdelijk probleem. Ajax had namelijk toegezegd dat vanaf 2011 een samenwerking zou worden opgezet waardoor Haarlem een soort opleidingsclub zou worden. Dit betekende dat de gemeente maar één keer zou moeten bijspringen, maar zelfs dit weigerden ze.”

De oude kassa’s naast Partycentrum Haarlem.

“Er is in de gemeenteraad gestemd over financiële hulp, maar de gevestigde partijen gaven blijkbaar niets om de club. Het frustrerende is dat deze mensen geen probleem zagen in een miljoeneninvestering in de nieuwe schouwburg en extra subsidie voor de Philarmonie, maar dat vier ton voor de plaatselijke voetbalclub teveel was. Het is een beschamende vertoning geweest. Maarten Divendal was een wethouder die niets had met sport. Had er een wethouder gezeten die wel van voetbal hield, dan was de club vermoedelijk wel gered.”

Volgens Jan Jaap van den Berg is het ondanks dat het voor veel sportliefhebbers erg jammer was eigenlijk niet heel raar dat de gemeenteraad toentertijd niet geholpen heeft. “Haarlem is een stad voor de elite geworden. Wij zijn omgeven door dorpen als Bloemendaal en Aerdenhout. De huizenprijzen stijgen enorm en je hebt nauwelijks nog arbeiders en middenstanders in de stad wonen. De gemeente kiest ervoor om zich ook voornamelijk te richten op de rijke en welgestelde mensen. Naar mijn mening is dit een wat eenzijdig beleid, omdat je in een stad voor elke bevolkingsgroep amusement moet hebben, maar kijkend naar het beleid van de afgelopen jaren was het wel een logisch gevolg.”

De Kick Smit tribune mag niet meer gebruikt worden.

“De gemeente had met minimale hulp de club kunnen redden, maar vond het stiekem niet zo erg dat HFC Haarlem niet meer zou voortbestaan. Ze hebben het gewoon laten gebeuren. Ook nu is dit te zien. Het oude stadion wordt verwaarloosd en deels gesloopt, omdat er zo snel mogelijk nieuwe huizen moeten worden gebouwd. De oudste club van Nederland mag geen monument meer krijgen, nee dit moet en zal wijken voor nieuwbouwprojecten. Er zal nooit meer betaald voetbal komen in Haarlem. Een gemis voor de sportliefhebber, en naar mijn mening ook een gemis voor de stad. Gelukkig hebben we de herinneringen nog, laten we die maar koesteren..”

Tekst: Daan Schoonderwoerd
Foto’s: Voetbal in Haarlem

Het hoofdveld van HFC Haarlem. Waar ooit Europees voetbal werd gespeeld staan nu o.a. een sporthal, huisartsenpraktijk en fietsenstalling.