De column van Paul: De stille motor

Iedere vereniging heeft ze wel. De stille vrijwilliger. De vrouw of man die stilletjes haar of zijn ding doet bij de club. Of het nou schommels smeren is bij de speeltuinvereniging of sla snijden op de vegaclub, zij staan er. Zeuren niet, maar pakken aan.

Na de kneitersterke column van Martijn Prinsen over de sigaar-generatie zat ik na te denken over de cluppies die ik ken. Heeft Martijn gelijk? Eerst dacht ik, natuurlijk niet, maar toen ik verder ging denken… Potver, die Prinsen heeft er nog verstand van ook. Ongelofelijk. De knoesten van vroeger die het clubblad nog stencilden en de vergaderingen uitschreven met carbonpapier tussen de vellen, hebben nog een hoop te vertellen bij de clubs. Het verlengen van een trainerscontract, in welk vet bakken we de kroketten en al dat soort dilemma’s worden besproken op een zaterdag of zondag langs de lijn of aan de bar.

Het is niet erg dat er over dit soort belangrijke zaken wordt gesproken, maar net zoals meneer Van Collumsgate, hebben deze heren een grote schare toehoorders die met dit soort uitspraken aan de haal gaan en binnen de club heb je de poppen aan het dansen. Als bestuurder moet je het maar weer recht zien te breien. Nu ben ik ook al iemand van de sigaar-generatie. Een goede Corona sla ik nooit af en ik loop ook al meer dan veertig jaar rond bij de trots van Duivendrecht. Als bestuurslid bij deze club weet ik ook dat de ere-leden stemrecht hebben. Je ziet ze het hele jaar niet, maar op de ALV komen ze af als vliegen op de stroop en denken nog in houten doelpalen en stalen noppen.

Hoe anders is het bij de club aan de rand van Haarlem-Noord. Ook hier zijn oude knoesten met een lidmaatschap van meer dan vijfenveertig jaar. Gelukkig weten deze mannen wel hoe het binnen een vereniging hoort. Natuurlijk was het vroeger, toen je koe met korte “oe” scheef veel beter en gezelliger. De huidige generatie heeft het trouwens nu ook gezellig en zal over veertig jaar aan de dan aanwezige jeugd vertellen dat het “vroeger” veel beter was. Maar goed, onze mannen Evert, Ed, Thijs en Ton staan elke vrijdag om half negen voor de deur van het clubhuis van de tricolores. Kopje koffie, even kletsen en dan aan de slag, want we zijn niet gekomen voor de koffie.

Van alles wordt er aangepakt. De kieren van de kleedkamerdeuren, de trap naar boven, de vloer van de kantine, ja echt alles. En bijna alles onzichtbaar, maar voor ons zo vanzelfsprekend. Neem nou de terrastafels op het Jan Perrelsplein. Dit zijn nieuwe tafels! Ze komen als een IKEA pakket binnen en moeten dan in elkaar worden gezet. Dit doen de mannen van de “niet zeuren, maar doen” generatie. Vier mannen van gemiddeld 75 jaar. Als de één op z’n knieën zit, moet de ander hem weer omhoog helpen. Maar ze doen het. Vier stille motoren. Elke vrijdag weer. Gelukkig zijn er nog genoeg andere motoren binnen de vereniging die de boel draaiende houden. De één iets luidruchtiger dan de ander, maar de vereniging draait. En daar gaat het om.

Paul Cramer

Wil je reageren op deze column? Doe dat dan vooral en contact ons via redactie@voetbalinhaarlem.nl

PAUL CRAMER, 1966 (Santpoort). Werkzaam als elektrotechnisch inspecteur bij Croonwolterendros. Gevoetbald bij sv CTO ’70 te Duivendrecht, APGS in Amsterdam en in de woensdag 3 van SVIJ. Gehuwd en vader van drie kinderen. Nu keeperstrainer bij VVH Velserbroek en jeugdvoorzitter bij vv CTO ’70.