Bert Wagemaker: “Ik ben niet zielig, ik heb pech gehad.”

Ik zou alleen maar willen dat men mij later als een goed mens herinnert. De rest is voor mij niet echt belangrijk.” Dit is de wens van Bert Wagemaker, 52 jaren jong en ernstig ziek. Net uit het ziekenhuis ontslagen krijgt hij van zijn doctoren de gevreesde onheilstijding: de kanker wint deze wedstrijd van hem. Dit keer is er geen verlenging, hoe hard hij er ook voor knokt!

Voetbal in Haarlem wil Bert, bekend en geliefd door onder andere heel voetballend regio Haarlem, een bescheiden digitaal monument geven. Wat kunnen wij anders doen om hem te ondersteunen in deze ongelijke strijd? Hieronder een bijna-monoloog vol mooie, verdrietige, aparte, speciale momenten en herinneringen. Onder het toeziend oog van zijn 90-jarige moeder vertelt Bert op mijn, Otto Berendregt, verzoek, zijn verhaal.

Ras optimist

Ik kom uit een gezin van vier. Vader, moeder en een broer. Mijn vader en broer zijn inmiddels overleden, ik heb alleen mijn moeder nog. Ik woon nu bij haar in omdat ik door mijn ziekte
niet echt meer op mijzelf, in ons ouderlijk huis, kan blijven wonen. En wees eerlijk, gedeelde smart is halve smart. Mijn moeder is een rasoptimist. Weet overal wel wat uit te halen, hoewel het nu wel heel moeilijk voor haar is. Zij spreekt mij moed in.”

Mooie jeugd

Wij komen uit de buurt rondom het Plesmanplein in Haarlem Noord. Wij woonden in de Jaques Perklaan. Ik kan zeggen dat ik een mooie jeugd heb gehad. Ik zat op de Kardinaal de Jongschool,
samen met René Wildeboer waarmee ik later bij HFC Haarlem zou gaan voetballen. Op de lagere school was het alleen maar VOETBAL wat de boventoon voerde. Op straat, op het plein, op de velden, wij waren altijd met dat spelletje bezig. Het mooiste waren de wedstrijden tegen de BAVO-school. Ware veldslagen waren het!”

Toppers

Rondom het Plesmanplein krioelde het van de talentvolle voetballers, waar ik er zeker geen één van was. Van toppers als Robbie Meinsma, Tommie Veldheer en Paul Veenboer mochten wij snotneuzen meedoen. Met vallen en opstaan leerde je het spelletje steeds beter te beheersen.
Ik was weliswaar geen supertalent maar kon mij redelijk staande houden. Van de lagere school en later de Lucia Mavo zag ik het nut niet echt in. Ik wilde ook nog naar het CIOS maar ook dat werd het niet. De mavo heeft wel onder het voetbal moeten lijden kan ik zeggen.”

Knutselen?

Na de mavo nam ik de gok door naar de IJmond MTS te gaan. Dat deed ik alleen omdat al mijn oude klasgenoten daarheen gingen. Wist ik veel of techniek mij zou liggen? Ik knutselde nooit. Wonder boven wonder bleek ik aanleg te hebben voor techniek. Ik was goed in wiskunde en natuurkunde en behaalde eigenlijk gemakkelijk mijn diploma’s elektrotechniek en electronica. Als iemand mij, ook later in mijn werk, vroeg hoe iets technisch qua schema in elkaar zat, kon ik het niet goed uitleggen maar wel laten zien.Dat was mijn kracht



“Bert is een lieve sociale gozer. Een goede vriend van ons. Als mens blijft hij liever op de achtergrond. Hij heeft echt interesse in mensen zoals in onze gezinnen. Een nuchtere man met een positieve instelling. Een duidelijke visie over voetbal, zijn geliefde gespreksonderwerp. Een welkome aanvulling voor onze families!”
Vrienden Roy Thoolen,Dave Steenbergen en Peter Stijvers

Mazzelaar

“Na de IJmond MTS zou ik naar de HTS gaan maar door de dienstplicht is het daar nooit meer van gekomen. Ik werd bij de landmacht in Venlo geplaatst. Maar ook daar heb ik weer mazzel mee gehad. Op het station Haarlem kwam ik de Stormvogel-speler Pieter Braal tegen die ook naar dezelfde kazerne moest. In het zuiden aangekomen mochten wij een week niet van de kazerne af en gingen uit verveling maar een potje voetballen. Bleek op een kamer naast ons Twan Scheepers (o.a. PSV) te zitten die ook met ons meedeed. Prompt werden wij voor het kazerne elftal uitgenodigd en dat leverde weer privileges op. Mooie tijd was dat!”

Techneut Bert

Na mijn diensttijd heb ik eerst voor een uitzendbureau gewerkt en later werd ik aangenomen als technicus bij Sony, op de afdeling consumentenelektronica in Badhoevedorp. Ik begon met het repareren van walkmans (draagbare audio cassettespeler), vervolgens naar respectievelijk de autoradio-groep, de laptops en uiteindelijk naar de videocamera-groep. Sony stootte steeds meer af en uiteindelijk bleef ik als één van de weinigen over. Toen dat avontuur met Sony over was stapte ik over naar Idexx in Hoofddorp. Die maken diagnostische apparatuur voor dierenartsen.”

Een liefde: voetbal

Alles wat met sport te maken heeft, met name teamsporten heeft mijn interesse. Ik vind tennissen en fietsen leuk maar voetbal voert de boventoon bij mij. Ik stop daar ook zoveel tijd in dat er weinig tijd voor andere zaken overblijft. Alles moest ervoor wijken. Ik denk dat dat nog van de generatie jaren’60 en ’70 is. Er was toen niet veel geld voor andere hobby’s dus deed je er maar één. Maar dan wel goed, toch?”

Rode draad

Voetbal is de rode draad in mijn leven. Zelf spelen is het allerleukste maar het trainerschap vind
ik ook prachtig. Het heeft mij ook veel gebracht. Heel veel mooie momenten, een paar dieptepunten, maar vooral veel vrienden en vriendinnen. Ik heb in mijn jeugd bij HFC Haarlem gespeeld. Altijd in de hoogste selectieteams maar dat ging niet zonder slag of stoot. In het begin van een seizoen stond ik nooit in de basis, wel die snuiters die door Haarlem van buiten gehaald werden. Na een paar wedstrijden kwam de trainer er toch achter dat een type speler zoals ik best bruikbaar was. Vanaf dat moment speelde ik alle wedstrijden. Mijn belangrijkste trainer is Gerard Garrels geweest. Ik heb veel van hem geleerd!”



Ik heb goede herinneringen aan Bert als mijn trainer. Een sociale en goede kerel die je overal in Haarlem en omstreken op de velden tegenkomt. Hij heeft veel liefde voor het spelletje voetbal en alles er omheen.
Oud-speler van o.a. EDO-zaterdag en collega Jasper Ketting


Als amateurvoetballer de mooiste tijd

Bij HFC Haarlem speelde ik mooie wedstrijden tegen de Ajax- en Feijenoord jeugd, samen met onder andere Arthur Numan en Michel Doesburg. Die zijn later wel doorgebroken en ik niet en dat is ook goed zo. Ik ben heb als amateurvoetballer de mooiste tijden meegemaakt. Bij RKVV Onze Gezellen, met een wereldteam. Ik noem het maar, zonder iemand tekort te willen doen,  de groep Dave Steenbergen. Het motto bij dit team was winnen en lachen!” Maar aan alles komt een eind en ik ben achteraf blij dat jij Otto mij toen vroeg om een jeugdteam te gaan trainen. Ik had mijn bedenkingen want het lag niet echt in mijn aard, verlegen en rustig als ik was en nog steeds ben, om voor een groep te staan. Maar met het gewoon proberen en wat hulp en trucjes erbij kwam ik het eerste jaar door. Ik heb daarna eigenlijk alleen maar mooie en succesvolle teams in handen gekregen. Ik weet niet wat het spelen in het rechterrijtje, laat staan degradatievoetbal, betekent, haha!

Twijfelachtige overstap

Het mooiste in het trainersvak is het beter maken van spelers. Bij jonge spelers zie je die stappen echt goed. Ik vind het prachtig om te zien dat er nu in eerste elftallen van regionale clubs jongens rondlopen die ik getraind heb. Heb ik ze toch een beetje bij geholpen toch? Ik twijfelde wel om de overstap naar de EDO-jeugd te maken maar ik ben geholpen door o.a. Steef van Loon, Rene Valent en Theo Beijer en lukte het prima om daar te presteren. Ik heb daar acht jaar met plezier getraind.

Veel steun

“Daarna stapte ik over naar de jeugd van VSV. Ik moest iets anders gaan doen en dit kwam op mijn pad. Ik heb het laatste jaar dat ik daar trainde ook mijn trainersdiploma behaald. In die periode overleed mijn broer heel plotseling en wat ik heel bijzonder vond is dat er heel veel mensen van VSV, OG en ook EDO mij kwamen ondersteunen. Ik heb toen besloten dat wie, van OG of EDO, mij het eerste vraagt, ik daar weer ga trainen. En zo kwam ik dus bij de zaterdagtak van EDO terecht.” 

 

Bert is de ideale assistent-trainer op elk amateurniveau. Een geweldige clubman, innemend en vriendelijk als hij is. Hij heeft veel humor maar vergis je niet, ook veel verstand van het spelletje!”
Mark en Simon Evers, collega trainers

 

Zijn ei niet kwijt kunnen

Toen ik mijn woord aan EDO gaf vroeg ik mijzelf wel af wat het moest gaan worden. Ik had nog niet getekend of er kwamen allemaal toppers binnenlopen. Als je een team hebt met gasten zoals Jasper en Jeroen Ketting, Tom Jacob, Bob Kemper, Joost Kuhlmann enzovoorts is het duidelijk dat je dan als hoofdtrainer een iets andere rol moet innemen dan dat je gewend bent.
Ik heb er veel plezier gehad en veel van geleerd, maar als hoofdtrainer kun je bij deze gasten je ei niet echt kwijt. Je hoeft ze niets te leren want voetballen kunnen ze allemaal als de beste. Hier ben ik er ook achter gekomen dat ik meer een opleider ben en geen resultaat-trainer.”

 

Rijk mens

“Ik ben daarna met het trainen gestopt. Het is ook wel eens fijn om geen verplichtingen te hebben.
Ik ben gaan kijken naar de kinderen van mijn vrienden en daar haal ik veel plezier uit.
En als je dan ziek wordt zoals ik nu en er komen van alle kanten steunbetuigingen dan is de voetbalwereld toch niet zo kortzichtig als menigeen zegt. Dat doet mij echt wat, want ik ben bovenal een mensenmens. Voetbal heeft mij veel mooie dingen gebracht. Ik heb er veel mooie vriendschappen aan over gehouden en ben daarom een rijk mens!”

Tumor

In september 2019 kreeg ik last van mijn buik en voelde iets hards. Mijn huisarts stuurde mij direct door want hij dacht dat mijn blindedarm ontstoken was. Ik onderging in oktober 2019 een kijkoperatie en tot mijn grote schrik kon de tumor van 15 centimeter niet verwijderd worden want er zat een slagader doorheen. Ik moest gelijk aan de chemo omdat de doctoren dachten dat dan de tumor zou gaan slinken en wel te verwijderen zou zijn.

 

Ik heb met Bert gespeeld en dat ging er best, op het trainingsveld en tijdens de wedstrijden, regelmatig fanatiek aan toe. Buiten het veld is Bert net een Joris Goedbloed. Niet kwaad te krijgen en met veel humor. Bij hem krijg je de grijns niet van zijn gezicht. Fijne gozer.”
Erik Bouman, medespeler bij OG

 

Een wedstrijd als energiebron

Die kuren gingen tot voor kort twee weken op en één week af. Ik pakte alles aan om beter te worden. Tussendoor ben ik veel ziek geweest en knapte net voor de volgende kuur weer op. Af en toe kon ik naar een wedstrijd gaan kijken. Daar kreeg ik wel veel energie van. Helaas zijn de vele kuren niet aangeslagen en ik heb ik onlangs te horen gekregen dat de artsen niets meer voor mij kunnen doen. Ik weet niet precies hoe lang ik nog te leven heb.”

Doodgaan

Natuurlijk ben ik bang om dood te gaan. Niet echt voor mijzelf maar meer om wat ik moet achterlaten, met mijn moeder voorop. Dat vind ik ontzettend moeilijk.”

Terwijl ik, Otto, dit onderdeel met Bert bespreek wordt het hem teveel en nemen de emoties even de overhand. Een moeilijk en tegelijkertijd een mooi moment. Voor mij als amateur interviewer ook het ingrijpendste stuk om uit te schrijven. Dit gezegd hebbende vervolg ik met het uitschrijven van ons gesprek.

“Naast mijn lieve moeder die ik moet achterlaten, moet ik ook al mijn vrienden en vriendinnen loslaten. Ik weet nu nog niet echt hoe. Ze zeggen wel eens dat je echte vrienden op één hand te tellen zijn maar ik heb daar geen last van. Ik kom handen tekort. En dan heb ik het over echte vrienden hoor! Ik ben een spekkoper. Ik ben dan wel bijna alleen maar ook weer niet echt alleen, snap je? Ik kijk ook alleen maar naar wat nu nog wel kan. Ik denk niet meer aan onmogelijkheden. Daar heb ik geen tijd meer voor.

Genieten van kleine dingen

Alles wordt anders als je geen toekomst meer hebt. Vroeger liep ik hard door het bos om te trainen en nu wandel ik op mijn gemak en zie nu pas hoe mooi bijvoorbeeld de natuur is. Af en toe zie ik op tv trainers langs de kant tekeergaan en dan denk ik: was ik ook zo? Het is maar een spelletje hoor! De betrekkelijkheid van het leven neemt de overhand. Ik geniet nu veel meer van kleine dingen. Maar dat je je dat nu pas realiseert is natuurlijk wel zonde.

“Ik ben niet zielig, ik heb pech gehad”

“Ik slaap ’s nachts slecht en lig dan vaak te prakkiseren. Wat mij erg heeft beziggehouden is dat ik alles goed geregeld moet hebben voor na mijn overlijden. Dat ik anderen niet met een last opzadel. Dat is nu eenmaal de aard van het beestje, ik ben altijd met anderen bezig. Als ik teveel met mijzelf bezig zou zijn dan ga ik misschien medelijden met mijzelf krijgen. Dat moet je niet willen. Ik ben ook niet zielig maar heb gewoon pech gehad. Ik hoef ook geen professionele hulp. Ik red het zelf wel met familie en vrienden om mij heen. Als je ziet wat mijn moeder allemaal heeft mee moeten maken en dan nog zo positief in het leven blijft staan dan sterkt mij dat.”

Ik heb fijn met Bert gewerkt. Hij is een ontzettend aardige en serieuze kerel. Leuk mee getraind en mee gevoetbald. Wij als spelers wisten het wel altijd beter, althans dat dachten wij…”
Tom Jacob



Als een soort van afsluiting van dit interview schotel ik Bert nog wat korte vragen voor waar hij met een kort antwoord op moet reageren.

Wat laat je niet los in het leven?
Het leven zelf, hoe mooi het is.”

Wat zou je over willen doen?
Als ik het over mocht doen dan zou ik wel een gezin gehad willen hebben. Maar alles loopt zoals het loopt.

Waar ben je trots op?
Dat ik zie hoeveel vrienden en vriendinnen ik heb. Hoeveel mensen echt om mij geven. En er zijn alleen maar mensen bijgekomen. Dat voelt goed.”

Wat wilde je als kind worden?
Ik wilde eerst profvoetballer worden en later politieagent.”

Wie zou je ooit nog wel eens willen ontmoeten?
Niemand, ik heb geen bucketlist. Daar ben ik niet van.”

Zijn er levenslessen die je ons wil meegeven?
Het is heel belangrijk hoe je met elkaar omgaat. Hou nou eens op met dat korte lontje gedoe. Kijk naar wat belangrijk is. Leef wat meer van dag tot dag zoals ik nu. Wacht niet tot het te laat is. Geniet meer!”

Hoe wil je dat de mensen jou herinneren?
Als een goed mens. Verder niet. Dat vind ik heel belangrijk.”

 

Bert is gewoon een lieve kerel, een warme persoonlijkheid. Ik ben blij dat ik een klein beetje hem de aanzet tot het trainersvak heb gegeven waar hij, zoals hij zelf zegt, veel aan te danken heeft. Bert heeft een goede, duidelijke en gelukkig ook simpele voetbalvisie die hij met name goed op de jeugd heeft overgebracht. Aan de bar, ook niet onbelangrijk, is hij gezellig en kan hij met veel humor de zaken relativeren. Een echte stille kracht!”
Otto Berendregt, medespeler-mentor-collega trainer en interviewer van Bert

Haarlem, 22 december 2020

Otto Berendregt